Biesbosch.nu

Magazine september/oktober 2009


 

Terug naar inhoudsopgave

De geschiedenis van de
     
Sliedrechtse Biesbosch (deel 3)
Door Cees van der Esch

Amateurarcheoloog Cees van der Esch wroet al sinds zijn jeugd in de bodem op zoek naar sporen uit het verleden. Het Eiland van Dordrecht en in het bijzonder de Sliedrechtse Biesbosch hebben hierbij zijn speciale aandacht. Jarenlang deed hij verslag van zijn opgravingen in het tijdschrift 'Westerheem' van de landelijke vereniging van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland, en het regionale kwartaalblad 'Grondig Bekeken' van de afdeling Lek-en Merwestreek.

In samenwerking met Biesbosch.nu gaan we een deel van zijn werk opnieuw publiceren. Zo krijgt u een prachtig inkijkje in de ontstaansgeschiedenis van de Sliedrechtse Biesbosch; een gebied vol tegenstrijdigheden en met een niet mis te verstane historie.

Cees van der Esch aan de oever van de Beneden Merwede. Copyrights Henk van de Graaf.

Houweninghen onder de loep
 deel 3

(vondsten van een voormalig dorp in de polder Ruygten bezuiden den Peereboom)

Inleiding
In deel 1 van deze serie zagen we wat diverse opgravingen in het gebied langs de Beneden Merwede opleverde en hoe deze te interpreteren.
Deel 2 ging over de gevonden fundamentresten van een vakwerkhuisje en het  kerkje van Houwenighen die zelfs nog op een kaart uit ca. 1530 (VTH1958a) staat aangegeven.
In deel 3 gaan we terug naar de tijd dat het dorp Houweninghe nog bewoond was (red.)

De Grote Waard
Gedeeltelijk is de strook grond langs de Merwede, zij het wat opgeslibd, oorspronkelijke oude grond van de Grote- of Zuid-Hollandse Waard.
De noordelijke gedeelten van de polders Kort en Lang Ambacht, Ruygten bezuiden den Peereboom en het Engelbregtsplekske zijn duidelijk hoger. Het is goed mogelijk, dat zich onder deze oude dorpskern (de kerk/kapel bestond reeds in de 11de eeuw) veel oudere bewoningsresten bevinden, bijvoorbeeld uit de Romeinse tijd, op of langs een verlandde kreek of oude oeverwal van de Merwede.
Ook in Craayestein, gelegen tussen de ambachten Merwede en Lang Ambacht (zie noot 3), zijn sporen uit de Romeinse tijd teruggevonden. Vele malen zijn er doorbraken geweest in de ringdijk. De veelal lage dijken waren niet bestand tegen een flinke stormvloed en hoog opperwater, dat dikwijls gepaard ging met ijsgang. Alleen al tussen Werkendam en Houweninghe zijn tijdens de 13de en 14de eeuw minstens viermaal gaten in de Merwededijk geslagen.

Craayenstein. Copyright Rijksmuseum.

Zo heeft mogelijk het kasteel Craayestein eruit gezien. Het kasteel lag op een rivierduin aan de zuidoever van de Merwede, ongeveer tegenover de kerk van het huidige Sliedrecht.
Copyright afbeelding Rijksmuseum.

Mogelijk zijn dus enkele gebouwen hersteld die schade opliepen aan de overstromingen vanaf 1374. En dan denken we ook aan de kerk die wellicht schade heeft opgelopen. Het is zelfs mogelijk dat er herstelwerkzaamheden zijn uitgevoerd na het rampjaar 1421. Men ging immers in de Grote Waard tot dijkherstel over (9), doch dat alles duurde te lang door geen goede samenwerking, hoge kosten en wederom een St. Elisabethsvloed in 1424.
Het westelijke deel van de Grote Waard was gedoemd tot de ondergang. De meeste dorpen raakten geÔsoleerd door de constante wateroverlast en werden onbewoonbaar. We zullen hier niet verder op ingaan.
Verder onderzoek in de polder zal beslist nodig zijn om zoveel mogelijk gegevens over het dorp te achterhalen. Waarschijnlijk verbergen de archieven nog wel het ťťn en ander. De kerk en andere stenen-, en/of ander houten gebouwen werden  gesloopt en de bouwmaterialen elders gebruikt.

Geschil
We kennen verschillende charters, waarvan ťťn reeds uit 1105, een belangrijk gegeven van Burchardus, de 23ste bischop van Utrecht (1100 - 1112).
Het betreft een geschil (10) tussen de kerken van Sliedrecht (Schlidreht), zuidelijk Sliedrecht en Houweninghen (Hougninke).

Copyrights Nationaal Archief. 4.VTH1926

De noordoosthoek van de Biesbosch met een deel van het land van Altena (opkomende gronden in den Zuid-Hollandschen Waard). Let ook op de vele eendenkooien! 130 x 104cm, een prachtige kaart van Mattheus van Nispen, Abel de Vries en B. van den Heuvel, 11 juni 1686,  4.VTH1629. U kunt de kaart in een grote afbeelding bekijken op de webstie van het Nationaal archief Den Haag (zie beeldbank en vul bij de zoekfunctie 4.VTH1926 in)

De familie Both (11) had in Houweninghen een kerk gesticht en aan de kerk van Sliedrecht ter bediening gegeven, maar naarmate de bevolking toenam wilde elk dorp een zelfstandige kerk en haar inkomsten behouden. Houweninghen beriep zich op een brief van bisschop Conradus (Koenraad van Zwaben 1076 - 1099). Uiteindelijk kwam het geschil in 1105 voor Burchardus, maar de brieven van Houweninghen werden niet authentiek bevonden. Hun kerk, de Botteskerk, was een dochterkerk van Sliedrecht, en "de kerk van Houweninghen moest alle verplichtingen die een dochter heeft ten opzichte van haar moeder, de kerk van Sliedrecht, volbrengen".
Wel werd toegestaan de mis te horen, te dopen en te begraven, mits dit geschiedde door de priester van Sliedrecht of diens kapelaan.
Uiteindelijk werden toch vele van deze dochterparochies van de moederparochie afgesplitst. Want enige tijd later schijnt deze heer (wellicht ambachtsheer) Both de kerk verkocht te hebben aan ridder Hendrik van Cuyk en is de kerk van Houweninghen (11) min of meer zelfstandig. Uit de bronnen blijkt, dat de abdij MariŽnweerd (Beesd, Gelderland) interesse heeft in dit gebied, want in 1168 bezit zij goederen te Houweninghen, haar door Hendrik van Cuyk afgestaan. Deze Hendrik heeft kennelijk al enige tijd eerder de kerk geschonken aan het kapittel van Floreffe (bij Namen in Belgie). We lezen namelijk, dat in 1181 de abt Herman en het kapittel van Floreffe land verkopen te Houweninghen aan de abt en de 
kloosterlingen van MariŽnweerd, zij doen ook afstand van de kerk aldaar. Ook in de 13de en 14de eeuw komen we in charters de "Houweningherkercke" tegen
(zie noot 12).

Wordt vervolgt

Cees van der Esch
Papendrecht, 2009
Dit artikel is de bijgewerkte versie van het originele artikel uit 1985.
 Het is aangevuld en/of gewijzigd in verband met nieuwe inzichten en latere opgravingen (1988 - 1990).

 

Noten

(3) Van der Esch 1965, p. 158. Hier lag ongeveer de kern van het eigenlijke Sliedrecht. Het ambacht Craayestein werd genoemd naar het kasteel. In november 1889 werd hier uit de Merwede een zandstenen leeuw en stukken muur opgehaald. Het beeldhouwwerkje bevindt zich nu in het Rijksmuseum te Amsterdam. Het huidige Sliedrecht aan de noordzijde van de Merwede werd tot in de 16de-eeuw Over Sliedrecht genoemd.
(9) Zie o.a. Gotschalk 1971 b, 671 - 673 en Fockema Andrea 1950, 41 e.v. Een ongunstige tijd voor herstel door politieke verdeeldheid; maar ook maaiveldverlaging door ontwatering en vervening dikwijls tot vlak achter de dijken, het z.g. darinkdelven.
(10) Dit Latijnse stuk is vooral van groot belang omdat de parochiepriesters van o.a. Dubbelmonde, Papendrecht, Hardinxveld en Rieda (bij Werkendam) er in genoemd worden. In de 11de eeuw bestaonden deze plaasten dus al en haddern al een kerk. Bij dit docuemnt werden als getuidgen maar liefst 47 namen genoemd. Vn de geestelijkheid 34 en 13 leken, behalve de parochiepriesters uit de verre omgeving, ook kanunniken en proosten afkomstig uit de verschillende kapittelkerken van Utrecht, alsook een aantal uit het gevolg van de bisschop zelf (Sliedrecht-zuid behoorde met Houweninghen tot het aartsdiakonaat van de Dom). Vastgesteld tijdens het bewind van keizer Hendrik IV (1056 - 1105).
Van den Bergh, OHZ., I, nr. 95; Koch, OHZ., nr. 93; C.J.P. Lips, weekblad "De Werwebode" 1936 - 1938; Van der Aa, 5de deel 1844: "Hougninke wordt vermeld in een charter van de 23e bisschop van Utrecht, voormalig dorp en kerk, dat tot de partijen van Sliedrecht behoord".
(11) De familie Both kwam uit de oostelijk hoek van de Grote Waard, volgens oorkonden vooral uit Eem en Eemkerk. Deze Both, de kerk werd naar zijn naam genoemd (BOITESKERKE), was dan ook waarschijnlijk ambachtsheer van Houweninghen in de vroegere periode. Vriendelijk mededeling van de heer P.A. Hendrikx Amsterdam.
Dit zeer oude dochterkerkje van Sliedrecht, de voorgangster van de nu herontdekte kerk, is wellicht opgetrokken geweest uit hout en tufsteen en zou misschien op dezelfde plaats gestaan hebben. Dit kerkje is vermoedelijk in de eerste helft van de 13de eeuw vervangen door nieuwbouw, dus onder de abt van MariŽnweerd.

(12)
1168, de goederen van Houweininghen, die Hendrik van Cuyk in bezit had, worden afgestaan een de abdij van MariŽnweerd, een congregatie van de sbdij St. Pietersdal op de Stromberg te Heysterbach, Duitsland). Evenals de abdij van Floreffe was ook MariŽnweerd een Praemonstratenzerklooster.
1181, Herma, abt van Floreffe verkoopt land te Houweninghen aan de abdij
MariŽnweerd, en doet afstand van de aanspraken op de kerk aldaar. Vn den Bergh, OHZ., II nr. 1 en 2 (nalezing), Koch, OHZ., nr. 204.
1266, 8 juli: een verklaring van ridder Philips de Molenare, dat hij voormaals (dus onder Graaf Willem II) als baljuw van Hoaalnd een onderzoek had ingesteld over het recht van MariŽnweerd op de kerk van Houweninghen, en heeft bevonden dat zij die wettig bezat. Van de Bergh, OHZ., II nr. 39 (nal).
1269, 14 december: Dit document dat handelt over een Dordts burger, genaamd Godschalk de Schrijver, is bekrachtigd door dire geestelijken, twee uit de omgeving, namelijk Theodorico van Stolwijk, Egidio van Berendrecht en de pastoor van Houweninghen, namalijk Amilio. Het is de eerste keer, dat we de naam van een geestelijke van ons dorp tegenkomen. Van de Bergh II, nr. 49 (nal).
Na 1269 volgt er nog een charter uit 1307, 24 september. Graf Willem III doet uitspraak in de geschillen tussen Gerard van Horne, heer van Altena en Jan van Arkel met zijn aanhangers, de heren van Giessen. Het huis van Van Giessen is door Gerard zwaar beschadigd. Als tegenmaatregel heeft Jan van Arkel met zijn aanhang veel schade aangericht in het gebied van Gerard van Horne. Een merkwaardige gewoonte komen we hier tegen. Voor deze schade moesten zij een forse oorlogschatting betalen waarvan een vierde deel elk jaar betaald moest worden op de Eerste Kerstdag in de kerk van Houweninghen. Op 11 september 1308 doet Willem III wederom een uitspraak na een onderzoek over het kasteel van Giessen. Is het een leen, eigendom? enz. De gevangenen te Sleeuwijk moeten vrij komen, en voor het doden, roven en brandstichten in Woudrichem en omgeving door de heren van Arkel en zijn aanhang moeten zij op St. Pietersdat, en op de dag van St. Martinsmis de schade betalen: "ende dit ghelt zal men betalen telken termine te Houweningherkercke". Korteweg 1948, 2de stuk nr. 43, P 27 e.v.


Het originele artikel werd reeds eerder gepubliceerd in
tijdschrift Westerheem van de landelijke vereniging van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland, en het regionale kwartaalblad Grondig Bekeken van de afdeling Lek-en Merwestreek.
Copyrights Cees van der Esch.

 

 

Terug naar inhoudsopgave

Niets uit deze pagina mag worden gepubliceerd zonder toestemming van de auteur(s).
Ongevraagd gebruik van andermans beeldmateriaal is strafbaar.
2009 © Biesbosch.nu