Biesbosch.nu

Magazine november/december 2009

Spieringhoeve. Copyright Ernst van Dalen.
 

Terug naar inhoudsopgave

Biesboschmode   
Hannie Visser-Kieboom

Blauwe neusdoeken, verrafelde kleppepetten en een blauwe onderboks. Het zijn slechts enkele van de kledingstukken die worden beschreven in het boek ‘Land van Nameloozen’ (1946) van G. van der Heide.
Nog een bekende is de ‘Turk’, een soort kiel die griendwerkers dragen. Bij toeval hoorde ik recent dat mijn oma die in de jaren zestig nog thuis naaide voor de verkoop in de textielwinkel van Zus Pellicaan te Werkendam. Waar de naam ‘Turk’ vandaan komt, heb ik niet kunnen vinden. Misschien heeft het iets te maken met het spreekwoord ‘zo zwart als een Turk’. Griendwerkersverzamelaar Gerrit Vink uit Soest mailde het artikel ‘Mededelingen van een griendbaas’ van W.F. Renaud uit 1992. Daarin wordt gesproken over gele kielen en wordt de naam Turk niet genoemd. “Ze waren niet in de winkel te koop, maar werden door de vrouw zelf gemaakt met twee tegelijk, die afwisselend werden gedragen. Een gele kiel ging ca. twee jaar mee en werd telkens weer versteld door het opzetten van stukken totdat het goed volkomen op was”. Oudere Werkendammers weten nog te vertellen over de ‘Turk’, maar kunnen niet zeggen of deze nu gemaakt wordt van katoen of Turks leer.

Rijswerkers Maan van Elzelingen en Gerrit Visser dragen een Turk.
Copyright Historische vereniging Werkendam

In hetzelfde artikel van W.F. Renaud wordt ook melding gemaakt van de onderbroek van de griendwerkers. “Op het onderlijf droeg men een onderbroek met lange pijpen van blauw katoen met witte strepen. Wit ondergoed werd niet gedragen want dat was niet schoon te houden. Van het werken in de grienden werden kleding en lichaam namelijk pikzwart”. Die passage past in de beschrijving uit het boek ‘Land van Nameloozen’, waar sprake is van een blauwe onderboks. Vink heeft zo’n onderbroek na laten maken en toont hem altijd aan een waslijntje met griendwerkerskledingstukken, samen met een kiel en gebreide sokken. “Maar ik ben nog steeds op zoek naar een echte, oude onderbroek”, zo vertelt Gerrit Vink.

Waslijntje met griendwerkerskleding.
Copyright Gerrit Vink

Opmerkelijk genoeg schrijft Thomas Westerhout in zijn standaardwerk over de riet- en griendcultuur niet over de kleding van de griendwerker.
In het recent verschenen ‘Biesboschboek’ van Wim van Wijk beschrijft hij de twee-duimers. Gebreide wanten met twee duimen, die door de griendwerkers worden gedragen. Volgens Van Wijk worden de twee duimen gebreid omdat de wanten het snelste verslijten bij de duimen. Door de want dan om te draaien, kon je hem nog een tijdje langer dragen. De wanten worden door de vrouwen zelfgebreid, vaak in groot formaat. Door het wassen krimpen de wanten en vervilt de wol. Zo worden ze vrijwel waterdicht.
Enkele van die twee-duimers zijn bewaard gebleven in het Biesboschmuseum en de Koperen Knop te Hardinxveld. In een krantenartikel worden ze beschreven, er is zelfs een werkbeschrijving van de wanten opgenomen. Daarom presenteer ik u een moderne variant op de twee-duimers in moderne kleurtjes. Voor de liefhebbers te koop voor 50 euro per paar; wel wat duur. Maar gegarandeerd handwerk en echte Biesboschmode! Overigens ontdekte ik recent nog een andere moderne vorm van Biesboschmode; bontvelletjes van de muskusratten. “Heerlijk warm in je laarzen”, zo vertelt Biesboschrattenvanger Jan van der Stelt.

Moderne versie van de Twee-duimer.
Copyright Historische vereniging Werkendam

Hannie Visser - Kieboom
Reageer op dit artikel

 

Biesbosch.nu in samenwerking met:

 De vereniging werkt aan onderzoek en behoud van historisch erfgoed en het bevorderen van belangstelling voor historische onderwerpen.
www.historiewerkendam.nl

 

Terug naar inhoudsopgave

Niets uit deze pagina mag worden gepubliceerd zonder toestemming van de auteur(s).
Ongevraagd gebruik van andermans beeldmateriaal is strafbaar.
2009 © Biesbosch.nu