Biesbosch.nu

Magazine november 2005

 

Terug naar inhoudsopgave

Grote engelwortel. Copyright: Daan BruystersGrote engelwortel
(Angelice archangelica)


De opkomst van een reus
Veel planten waarvan ouderen onder ons misschien denken 'die zie ik heel mijn leven al' blijken toch niet zo'n lange historie te hebben. Neem de Grote engelwortel, een soort die vijftig jaar geleden nog niet in Nederland voorkwam en al een jaar na zijn ontdekking in de Biesbosch werd gesignaleerd.
Deze meer dan manshoog groeiende schermbloemige plant waarvan het loof bij het fijnwrijven een aangename sterke geur verspreidt kwam volgens professor I.S. Sonneveld (de man die vijftig jaar van zijn leven de bodem en vegetatie van De Biesbosch bestudeerde) vanuit het zuidwesten, en later ook via de sluis van Werkendam de Biesbosch binnen.

Na het afsluiten van de Haringvlietsluizen in 1970 begon de opmars van de engelwortel echter pas goed. Toen het regelmatige overstromingsregiem wegviel kregen de zaden van de engelwortel vanuit de reeds in de grond aanwezige zaadbanken (Boerenplaat) hun kans. Sinds die tijd kunnen we genieten van een plant die binnen de Nederlandse flora met recht een reus genoemd mag worden.

Latijnse naam (Angelica archangelica)
De wetenschappelijke soortnaam 'Archangelica' werd niet gegeven omdat de grote omvang van de plant (binnen het geslacht 'Angelica') iets te maken zou hebben met 'superéngelen of aartsengelen, maar om de botanicus Archangelicus te eren.
De combinatie 'angel-'/'archangel' leek echter zo in overeenstemming met de grootte van de plant dat de naam Aartsengelwortel spontaan als volksnaam ontstond.

t' Is maar even dat u het weet.


 Bronnen: De Biesbosch, Het karakter na de 'grote verandering'. Kosmos bv, Amsterdam 1980.
 De Biesbosch een halve eeuw gevolgd. I.S. Zonneveld, Uniepers Abcoude 1999/2000.

Terug naar inhoudsopgave

© Foto Daan Bruysters, tekstbewerking Henk van de Graaf
2005 © Biesbosch.nu