Biesbosch.nu

Magazine mei 2010


 

Terug naar inhoudsopgave

De geschiedenis van de
     
Sliedrechtse Biesbosch (deel 6)
Door Cees van der Esch

Amateurarcheoloog Cees van der Esch wroet al sinds zijn jeugd in de bodem op zoek naar sporen uit het verleden. Het Eiland van Dordrecht en in het bijzonder de Sliedrechtse Biesbosch hebben hierbij zijn speciale aandacht. Jarenlang deed hij verslag van zijn opgravingen in het tijdschrift 'Westerheem' van de landelijke vereniging van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland, en het regionale kwartaalblad 'Grondig Bekeken' van de afdeling Lek-en Merwestreek.
In samenwerking met Biesbosch.nu gaan we een deel van zijn werk opnieuw publiceren. Zo krijgt u een prachtig inkijkje in de ontstaansgeschiedenis van de Sliedrechtse Biesbosch; een gebied vol tegenstrijdigheden en met een niet mis te verstane historie.


Dammen in de Bassekil
 deel 1

Eeuwen oud rijshout in de polder Kort- en Lang Ambacht in de Sliedrechtse Biesbosch

Inleiding
In het voorjaar van 2000 zijn door graafmachines, die in deze polder een deel van de kunstmatige kreek achter de boerderij van de familie Kadijk groeven, twee lange houtsporen ontdekt. Het graafwerk voor natuurontwikkeling is in deze en de oostelijker gelegen polders al enkele jaren bezig. Dit deel van de nieuwe geul, die sinds enkele jaren is aangesloten aan de Merwede, is echter bewust gekozen; sinds de late 15de eeuw lag hier een geducht stroomgat, de “Bassekil”. Zo genoemd ter onderscheiding van de iets oostelijker gelegen geul, namelijk de “Hoogkil” (stroomopwaarts dus iets hoger gelegen). De strijd om deze beruchte watergang af te dammen zou tenslotte 220 jaren duren.

De graafmachines in ruste boven de blootgelegde resten van de Bassekildam.
Copyright Cees van der Esch


Na de Sint Elisabethsvloed van 1421 en de herstelpogingen daarna om de Grote Waard te redden ten spijt, evolueerde het overwegende polderland tot één in stukken gesneden woest en drassig landschap. Dijkbreuk op dijkbreuk volgde.
Zo was van de noordelijk ringdijk van Dordrecht tot Werkendam na enkele decennia niet veel meer over. Forse afwateringsgeulen drongen vanaf de Merwede zuidwaarts het gehavende land binnen. Minstens drie forse geulen konden daardoor ontstaan. De grootste ontstond door een reeds oude zwakke plek, de Oude Wiel genaamd, tussen de dorpen Houwininghen 1) en Werkendam. De enorme geul werd in de 17de en 18de eeuw de Grote Hel of Westkil genoemd. Deze is in 1851 tot rond 1890 vergraven tot wat nu Nieuwe Merwede heet. Dordrecht heeft er alles aan gedaan om de stroom, het rivierwater, op de Merwede te houden, om door middel van paalwerk en dammen de oude situatie weer terug te krijgen. Zelfs het breedste en sterkste stroomgat, wat bij de Oude Wiel ontstaan was, werd met paalwerk enigszins afgesloten, niet voor niets de Grote Hel genoemd.

Het stroombed van de Merwede (noord is zuid) met geheel rechts het stroomgat Oude Wiel. Geheel links, tussen polder Stededijk en Kort en lang Ambacht in de reeds sterk verzande Bassekil. In het midden de Hoogkil.
Foto Henk van de Graaf
Copyright kaart Universiteit Leiden, Bodel Nijhuis collectie COLLBN port 20 N 88.

Oorzaken wateroverlast en de gevolgen
Het te vele water op de Merwede ontstond al in het eind van de 13de eeuw door afdamming van de Maas bij Hedikhuizen/ Heusden. De afdamming van deze Romeins- middeleeuwse Maas was alleen mogelijk doordat kennelijk in de omgeving van Heusden de bedding sterk aan het verzanden was. Hoewel er al een bescheiden zijriviertje was, werd sindsdien door het toenemende bovenwater c.q. regenwater een maastak gevormd. Het vele water door de nu volledig nieuw gevormde Maas liep o.a. langs Veen en Andel (nu Afgedamde Maas) richting Woudrichem, om tenslotte in de nauwe Merwede te worden geperst met alle gevolgen van dien.
Een grote afleidingsrivier een stuk benedenstrooms kon dan ook niet uitblijven; de Grote Hel of Westkil, met de overige geulen die in zuidelijke- en zuidwestelijke richting ontstonden is een natuurlijk gevolg. Het gevolg daarvan was weer waterpeilverlaging en verzanding op de Beneden Merwede, waarbij het belang van de handel naar Dordrecht (ook Rotterdam) in het geding was. De ontstane afleidingsgeulen waren voor het oude Dordrecht een doorn in het oog en moesten zo snel mogelijk worden gedicht.

Tegelijkertijd vreesde Gorinchem voor de Alblasserwaard weer wateroverlast door dijkbreuk, en in de winter de kans op ijsdammen bij nauwe plekken in de Boven Merwede. Gorinchem wilde niets weten van het dichten van geulen. Bovendien vond Gorinchem en andere steden in het gewest Holland dat Dordrecht misbruik maakte van diens machtige positie door het al eeuwen gehandhaafde stapelrecht. Door Dordrecht letterlijk te omzeilen zouden de andere steden meer profijt kunnen hebben door de handel. Maar ook de graven van Holland profiteerden van het aan Dordrecht geschonken stapelrecht met het tolsysteem.
Vele rapporten verschenen sinds de 16de eeuw over de moeilijke waterstaatkundige toestand, waarbij Dordrecht bij de Staten van Holland steeds aandrong op dichting van de geulen. De tweede afleidingsgeul betreft de Hooghkil, van veel minder betekenis.
 

Het stroombed van de Merwede (of wat daarvan over is). Rechtsboven de Bassekille. Het is op deze kaart goed zichtbaar dat de rivier de Merwede zijn stroombed aan het verleggen was. Grote zandbanken blokkeren de doorgang (rechts in het midden langs de dijk) naar Dordrecht.
Aan de linkerkant ligt nog de hoger stroomopwaarts gelegen Hoogkille.
Foto Henk van de Graaf
Copyright kaart Universiteit Leiden, Bodel Nijhuis collectie COLLBN port 53 N 4.


De derde was de beruchte Bassekil, die zeer veel water van de Merwede afzoog en die via een brede geul zijn weg zocht richting het latere Hollandsch Diep. De Bassekil werd door de stadsregering van Dordrecht reeds in 1531 door paalwerk gedicht, evenals versterking van de oever van (polder) Stededijk. Dat is waarschijnlijk niet lang zo gebleven; de mannen aan de kant van de Alblasserwaard zouden de natuur wel een handje hebben geholpen.

In 1592 werd uiteindelijk door de Rekenkamer van Holland aan Dordrecht en Rotterdam toestemming verleend voor verdere dichting. Doch het werk aan de Bassekil werd niet voltooid. Waarschijnlijk door felle tegenwerking van Gorinchem, bovendien betrof het een sterk stromend gat. Waarschijnlijk bleef een half gelegde dam al dan niet moedwillig vernield door tegenstanders, zo vele tientallen jaren liggen.

Teixeira de Mattos. © ING - Den Haag. Bronvermelding: J.Fox, 'Teixeira de Mattos, jhr. Louis Frederik (1872-1945)', in Biografisch Woordenboek van Nederland.De waterstaatingenieur L.F. Teixeira De Mattos 2) noemt in zijn verhandeling uit 1936 vervolgens het jaar 1727. Daarbij noteert hij, dat Dordrecht toestemming van de Staten van Holland kreeg om het werk voort te zetten. In de tussenliggende 135 jaar zou ongetwijfeld weer gewerkt zijn aan de dam, wat zou blijken aan de datering van houtmonsters uit een restant ervan.

De in 1727 voltooide dam werd vervolgens door ijsgang in de winter van 1728 – 1729 weer vernield.
Teixeira De Mattos spreekt niet van twee gelegde dammen, maar die zijn er wel degelijk geweest. Tijdens de waarneming in juni 2000 bleek zich circa 75 meter zuidelijker een tweede dam te bevinden, die minder sterk werd uitgevoerd. Omstreeks 1730 zou deze binnenste gelegen dam gelegd zijn en volgens de datering van het houtwerk. Ook uit de rapporten zou blijken, dat Dordrecht de dam weer hersteld heeft. Echter in 1745 raakte de Bassekil weer open door Gorinchem en de betrokken Dijkscolleges van de Alblasserwaard die vreesden voor dijkbreuk aan hun zijde.
Bovengenoemde colleges en de Graaf van Horne (Heer van Altena) streden op meer fronten om het gelijk aan hun zijde te krijgen. Bijvoorbeeld het grote werk, waarbij honderden palen in een zandige bodem van de Grote Hel c.q. Oude Wiel in een gevorderd stadium was gekomen, moest in 1594 worden gestaakt. Uiteindelijk na het opwerpen van een nieuwe dam, als tweede dam sinds 1730, werd de Bassekil in 1752 definitief gedicht ondanks zware protesten van de zijde van Gorinchem.

Jan Koolen 3) citeert in “Dordrecht stad in de ruimte” de landmeter Velzen uit 1748: (..) “eindelijk is in ’t jaar 1745 een gat gekomen in de Bassekil, niet buyten presumptie dat menschen handen daartoe geholpen hebben; aangezien de Verzoeken en Pooginghen welke men gedaan heeft om speciaal de Kil weder open te hebben, met een ongelooflyken aandrang zyn geschied”. Ook verder meldt Velzen van (..) “steenen rapen, om my met de aller uitterste onbescheidenheid en bitterheid naar ’t hoofd te werpen (..)”. De persoon is Justus van den Burchgraaf. Hij is het ook die via een tweede tractaatje in 1747 zich heeft willen wreken op Velzen met “de bitterste lasteringen, die zyn verbolgen gemoed heeft kunnen by een haalen; dog op een zo ongelukkige wyze, dat verstandige en ordentelyke menschen mij hebben afgeraaden van daar op te antwoorden”.
Koolen gaat uitvoering in op de problematiek van de hele regio om de hoge rivierwaterafvoer op te lossen. De waterbouwkundige aanpassingen waren een langdurig onderwerp van forse polemiek. Men moet niet vergeten, dat de kwestie een zeer groot gebied bestreek die de hele noordoosthoek van de Biesbosch omvatte en werk gaf aan zeer velen. Waterbouwkundigen en landmeters maakten er naam mee. Cruquius”, Bolstra, Velzen, De Vries, Van Nispen, ’s Gravensande, Blanken, e.a. leven voort in de strijd tegen het water.
De Bassekil was slechts een onderdeel(tje).

Wordt vervolgd

Cees van der Esch
Papendrecht, 2010
Dit artikel is de bijgewerkte versie van het originele artikel.
 Het is aangevuld en/of gewijzigd in verband met nieuwe inzichten en/of gegevens.

 

Noten
1) van der Esch, 1983
2) Teixeira De Mattos, 1936 pag. 206 - 212
3) Koolen, 1969(?) pag. 137 - 161



Literatuurlijst
Esch, C. van der, 1985: Westerheem, j.g. 34 nr. 6, pag. 245 - 258.
Jong, D.J. de e.a. 1988: Hardinxveld en de Riviervisserij, pag. 76 - 77.
Renting, G. 1993: Verdronken land, herwonnen land. Gemeentearchief Dordrecht
Koolen, J.L. 1969(?) Dordrecht stad in de ruimte, pag. 137 - 161
Teixeira De Mattos, L.F. 1936: De waterkeeringen, waterschappen en polders van
Zuid-Holland, deel IX, afd. VI, 's-Gravenhage.
 

 

Terug naar inhoudsopgave

Niets uit deze pagina mag worden gepubliceerd zonder toestemming van de auteur(s).
Ongevraagd gebruik van andermans beeldmateriaal is strafbaar.
2010 © Biesbosch.nu