Biesbosch.nu

Magazine november/december 2009

Foto Ab. H. Baas. (copyright de Vlinderstichting).
 

Terug naar inhoudsopgave

Vlindervleugels
Ab H. Baas


Grote weerschijnvlinder. Foto Ab H. Baas (Copyrights De Vlinderstichting).
De prachtige weerschijn van de Grote weerschijnvlinger.
Foto Ab H. Baas (Copyrights De Vlinderstichting).
 

 

De kleuren van vlinders
De fraaie kleuren en kleurcombinaties die vlindervleugels ons laten zien, zijn uitsluitend afkomstig van de schubben waarmee de vleugels bezet zijn.

Deze kleuren zijn echte kleuren of ontstaan door interferentie. Schubben zijn te beschouwen als platte transparante omhulsels met een groot aantal kleine kamertjes erin. Deze ruimten bevatten lucht of pigment. Aan de buitenkant bevinden zich meestal dunne ribben, welke weer opgebouwd zijn uit lamellen.

Door de zeer kleine afmetingen van de structuur in en op de schub en de veelal grote regelmatigheid daarvan, ontstaan door lichtbreking interferentiekleuren. Deze zijn vergelijkbaar met de lichtbreking in een zeer dunne oliefilm op water. De structuurkleuren worden door ons, meestal afhankelijk van de hoek van waarneming, gezien als vaste-, schitterings- of weerschijnkleuren.

Grote weerschijnvlinder. Foto Ab H. Baas (Copyrights De Vlinderstichting).

Bovenzijde van de voorvleugel van een mannetje van de Grote weerschijnvlinder (zie ook tweede foto van dezelfde vleugel).

 Grote weerschijnvlinder. Foto Ab H. Baas (Copyrights De Vlinderstichting).


De weerschijnvlinders hebben hun naam te danken aan het verschijnsel van lichtreflectie door kleine kamertjes in de oppervlakken van de schubben. Deze hebben een afmeting die paars/blauw licht doet terugkaatsen.

Een eigen kleur en een interferentiekleur kunnen samen in een schub voorkomen. De belangrijkste pigmenten zijn Melanine dat bruin en zwart veroorzaakt en Pterine dat wit, geel, oranje en rood geeft.
De kleuren zilver, goud, blauw, violet, groen en parelmoer ontstaan door de lichtbreking in en op de schubben. Wit ontstaat meestal ook door lichtbreking en wel op een vergelijkbare wijze als de witte kleur van sneeuw.

De vleugels van nachtvlinders en motten hebben over het algemeen donkere kleuren in bruin- en grijstinten met, als afschrikmiddel tegen een predator, fel gekleurde plekken of ogen die in rust afgedekt zijn door een daar boven neergelegde vleugel.
 

Door het juist kiezen van de invalshoek van de verlichting wordt de paarse weerschijnkleur zichtbaar. In de natuur bij een dartelende vlinder een prachtig gezicht (zie eerste foto).


Bij dagvlinders daarentegen zijn de kleuren over het algemeen zeer helder. Ter camouflage is de onderzijde bij veel dagvlindersoorten, die met omhoog dichtgevouwen vleugels rusten, zeer donker gekleurd. Ook hier vinden we bij veel soorten fel gekleurde ogen die zonodig als afschrikmiddel getoond kunnen worden door de voorvleugels te voorschijn te laten komen, dan wel alle vleugels open te klappen. Tussen de geslachten zijn er veelal verschillen in kleur, tekening en vorm van de vleugel. De patronen op de vleugels, die bepaald worden door de ligging van de aders, de combinaties van kleuren en de afwerking van de randen, maken vlinders tot een streling van ons oog.

Wordt vervolgd...



 

Grote weerschijnvlinder
 Foto Ab H. Baas (Copyrights De Vlinderstichting).
 

Tekst en foto's Ab H. Baas (Copyrights De Vlinderstichting).
Reageer op dit artikel

Terug naar inhoudsopgave

Niets uit deze pagina mag worden gepubliceerd zonder toestemming van de auteur(s).
Ongevraagd gebruik van andermans beeldmateriaal is strafbaar.
2010 Biesbosch.nu